Milka
Milka
Alden opende het lunchpakket dat mevrouw Hoffmann, de pensionhoudster, die ochtend naast zijn ontbijtbord had gelegd, en keek uit over het stadje Pottenstein.
Hij noemde deze streek Märklin-land. De officiële naam, “Frankische Schweiz” vond hij niets. Er waren al een Sachsische Schweiz, een Böhmische Schweiz, Holsteinische en Mecklenburgische Schweizen, en Zwitserlanden in Thüringen, aan de Rijn, en in Hessen. Hij had het eens opgezocht en nog Zwitserlanden gevonden in Polen en nog een handvol Oost-Europese landen, maar ook Italië, Frankrijk, Luxemburg en zelfs Ierland hadden hun plaatselijke Zwitserlanden. Alsof de Alpen het toppunt van sublieme natuur waren, en je elk heuveltje dat zich leende voor toerisme maar naar Zwitserland moest noemen. Dat juist Duitsland zoveel Schweizen had was natuurlijk bijzonder genant. Het zou de Romantiek wel geweest zijn, de hang naar dramatische rotsen en diepe kloven.
Afgelegen
Afgelegen
Bij een van de boerderijen kwam een hondje op Peter af rennen. Hij had het nog nooit gezien, groette het vriendelijk en stapte door. De bushalte was immers nog ver weg. Het beestje blafte niet, maar liep rustig naast hem. Soms een eindje vooruit, maar dan bleef het bij de volgende boom wachten, hem strak in de gaten houdend. Het was wel vermakelijk in het begin, maar gaandeweg begon hij ongerust te worden. Het dier, dat toch zeker bij de boerderij hoorde waar hij het het eerst gezien had, was nu al minstens een kilometer van huis. Zou het de weg terug vinden? Moest hij iets doen?