Barfußweg
Fragment uit een lang verhaal
Hij was er veel te vroeg, op de parkeerplaats op vijfhonderd meter van de Oostenrijkse grens. Het was prachtig herfstweer, nog tegen de twintig graden, windstil. Er stonden een paar andere auto’s op de parkeerplaats. Lesník liet zijn jas in de auto en wandelde de landweg op.
Hij kwam bij een grote open plek tussen het bos en een wijngaard. Aan de rand ervan was een picknickplaats met een bank en een tafel. Midden op de open plek stond een groot, wit colonnade-achtig gebouw. Het was eigenlijk een uitgebouwde ereboog, met zuilengangen aan beide kanten. Het dak was over de gehele lengte voorzien van een ballustrade. Het gebouw was nogal pompeus. Er liepen groepjes toeristen rond, vooral gezinnen.
Lionel Messi
We waren een paar haltes te vroeg uit de bus gestapt en moesten meer dan twee kilometer lopen, van de strandboulevard naar het hotel. Vanaf het viaduct zag ik de plaats liggen, ingeklemd tussen de snelweg en de heuvels. Aan de andere kant, waar de heuvels begonnen, een bescheiden kasteel, met twee torens en aanstellerig grote kantelen. Aan onze kant, tussen de stad en de snelweg, een shopping mall, een enorme meubelzaak, en het hotel. We konden tweehonderd meter afsnijden via een uitgesleten zandpad, al moesten we de rolkoffers tillen.
Dichten en openen
Op de schrijfgroep gingen we dichten. Eerst lazen we en luisterden we naar liefdesgedichten van Hagar Peeters.
Daarna was de opdracht om ingrediënten te verzamelen:
- Door wie wilt u bemind worden.
- Hoe merkt u dat deze persoon u bemint?
- Verzin een metafoor voor deze liefde.
- Wat zou u met deze persoon doen?
De antwoorden op vragen 2 en 4 wist ik niet, en bij 1 had ik een vreemd lijstje waarin personen en dingen elkaar afwisselden: R, S en J, het water, de zon en het meisje in de speeltuin. Geen abstracties. Gelukkig geen abstracties!
Milka
Alden opende het lunchpakket dat mevrouw Hoffmann, de pensionhoudster, die ochtend naast zijn ontbijtbord had gelegd, en keek uit over het stadje Pottenstein.
Hij noemde deze streek Märklin-land. De officiële naam, “Frankische Schweiz” vond hij niets. Alsof de Alpen het toppunt van sublieme natuur waren, en je elk heuveltje dat zich leende voor toerisme maar naar Zwitserland moest noemen. Dat juist Duitsland zoveel Schweizen had was natuurlijk bijzonder genant. Het zou de Romantiek wel geweest zijn, de hang naar dramatische rotsen en diepe kloven.
Afgelegen
Bij een van de boerderijen kwam een hondje op Peter af rennen. Hij had het nog nooit gezien, groette het vriendelijk en stapte door. De bushalte was immers nog ver weg. Het beestje blafte niet, maar liep rustig naast hem. Soms een eindje vooruit, maar dan bleef het bij de volgende boom wachten, hem strak in de gaten houdend. Het was wel vermakelijk in het begin, maar gaandeweg begon hij ongerust te worden. Het dier, dat toch zeker bij de boerderij hoorde waar hij het het eerst gezien had, was nu al minstens een kilometer van huis. Zou het de weg terug vinden? Moest hij iets doen?