Milka
D. Solander
- 5 minuten leestijd -Milka
Alden opende het lunchpakket dat mevrouw Hoffmann, de pensionhoudster, die ochtend naast zijn ontbijtbord had gelegd, en keek uit over het stadje Pottenstein.
Hij noemde deze streek Märklin-land. De officiële naam, “Frankische Schweiz” vond hij niets. Er waren al een Sachsische Schweiz, een Böhmische Schweiz, Holsteinische en Mecklenburgische Schweizen, en Zwitserlanden in Thüringen, aan de Rijn, en in Hessen. Hij had het eens opgezocht en nog Zwitserlanden gevonden in Polen en nog een handvol Oost-Europese landen, maar ook Italië, Frankrijk, Luxemburg en zelfs Ierland hadden hun plaatselijke Zwitserlanden. Alsof de Alpen het toppunt van sublieme natuur waren, en je elk heuveltje dat zich leende voor toerisme maar naar Zwitserland moest noemen. Dat juist Duitsland zoveel Schweizen had was natuurlijk bijzonder genant. Het zou de Romantiek wel geweest zijn, de hang naar dramatische rotsen en diepe kloven.
Märklin-land vond hij treffender. Als kind was hij altijd jaloers geweest op klasgenoten met een modelspoorbaan. Onlangs, toen hij door Utrecht liep, was hij stil blijven staan bij de etalage van een modelspoorwinkel. Bijna was hij naar binnen gegaan, een nieuwe hobby begonnen. Hier hoefde hij er maar een heuvel voor te beklimmen: Een panorama waar alles traditioneel, onschuldig, ongevaarlijk en kleinschalig was, en doorsneden door spoorlijnen. Kasteeltjes, stadjes, vakwerkhuisjes, alleen de ruines en de grotten onttrokken zich aan de verkleinwoorden. Je hoefde maar een heuvel op de lopen en je zag het. Kasteel, station, stadsplein, uithangborden.
Een appel, een degelijke Duitse boterham met ham, een banaan en een chocoladereep. Mevrouw Hoffmann gaf hem de keuze. Alden legde de banaan weg en twijfelde tussen de boterham en de chocoladereep. Hij besloot te beginnen met het brood, en de reep te bewaren tot de volgende rustpauze, waar hij er koffie uit de thermosfles bij kon drinken.
Het was niet voor het eerst dat hij een lunchpakket mee kreeg, maar vandaag bekeek hij het voor het eerst nauwkeurig, alsof hij het wilde ontleden, de gedachten van mevrouw Hoffmann herleiden. Waarom de appel? Waarom de banaan? En dan die kinderachtige chocoladereep. Milka. Ook al een verwijzing naar Zwitserland. Een Milka-reep had hij nooit eerder gehad, al kwam hij al jaren naar dit pension. Mevrouw Hoffman zei “du” tegen hem, ze noemden elkaar bij de voornaam, al hield hij het in zijn gedachten op “mevrouw Hoffmann”.
Hij had de streek ontdekt in de winter van 2018, vlak nadat hij was ontslagen en zijn huwelijk uiteengespat was. Hij had er een huisje gehuurd, waar hij twee weken lang naar de Olympische Winterspelen had gekeken op de televisie, sollicitatiebrieven geschreven, en zijn enige uitstapjes naar de Billa in het dichtstbijzijnde dorp voerden.
Zes maanden later wilde hij een paar dagen weg, belde op goed geluk een pension en kreeg de eigenares, mevrouw Hoffmann, aan de lijn. Hij was niet bekend met volpension en halfpension, logies-ontbijt, had moeite mevrouw Hoffmann’s Duits te volgen en antwoordde in half Nederlands. Mevrouw Hoffmann had hem gesuggereerd volpension te kiezen.
— Vertrouwt u mij, mijn maaltijden zullen u zeker smaken.
En anders kon hij het ter plaatse wijzigen. Het klopte. Na twee dagen ging hij haar vragen of hij zijn verblijf tot een week kon verlengen.
Hij keek nog eens naar de paarse koe op de chocoladereep.
De avond ervoor had ze hem na het avondeten koffie en een likeurtje gebracht, toen hij een boek zat te lezen in de serre. Hij trok zich al niet meer terug in zijn kamer, maar gebruikte de salon of de serre om te lezen, aantekeningen te maken, naar zijn telefoon te staren, of te luisteren naar mevrouw Hoffmann. Zij breide, haakte, vouwde de was op, en vertelde hem gebeurtenissen uit het dorp, dingen die haar waren opgevallen aan de andere gasten, en informeerde naar zijn plannen voor de volgende dag. Zo was het ook gisteren.
De Teufelshöhle, de duivelsgrot die je met een gids kon bezoeken, dat was zijn plan geweest. Maar na afgelopen nacht bleef hij toch liever boven de grond.
Mevrouw Hoffman was een kleine vrouw. Ze was iets ouder dan hij, maar ze werd waarschijnlijk veel jonger geschat. Haar lichaam was gespierd en ze kleedde zich verrassend vlot, al bleef het typisch Duits. Een hoofddoekje bij het schoonmaken of andere huishoudelijke bezigheden, een schort bij het koken, maar bij haar was er altijd iets kokets, iets dat een belofte leek, meer dan een restant van jeugdige onbezonnenheid. Haar man was weg, haar zoon woonde in Hamburg met zijn vriendin, en zij had haar pension en ze had schik in het leven.
De likeur had hem deze keer niet gesmaakt, maar hij had er niets van gezegd. Alden keek nog een keer naar de Milka-reep die naast hem op het bankje lag. Aan de likeur kon het niet gelegen hebben. In het uur tussen de koffie en het eerste glas wijn was er niets bijzonders voorgevallen. Hij had zijn boek zitten lezen in de schommelstoel in de serre. Sabiene, mevrouw Hoffmann, was ergens anders in het huis bezig. Het zal pas rond een uur of acht geweest zijn dat ze binnenkwam met de fles wijn, aankondigde dat het haar verjaardag was en hem een glas inschonk.
Een Silvaner uit Franken, die hem zo gesmaakt had dat mevrouw Hoffmann hem kon bijschenken toen ze nog maar nauwelijks van haar eigen glas had genipt. Uiteindelijk had hij drie glazen gedronken, en was toen weggedoezeld.
Toen hij zijn ogen open deed zag hij het gezicht van mevrouw Hoffmann vlak voor zich. Haar mond stond een beetje open, maar veranderde in een glimlach.
— Je bent moe, Alden.
Ze bood hem zelf dit excuus. Hij had het aangenomen, zijn boek gepakt, welterusten gewenst, en was naar boven gelopen. Naar zijn kamer om daar wakker te liggen. Soms duidde ze hem gekscherend aan als “mijn trouwe Hollander”, en het was waarschijnlijk een combinatie van genegenheid, verlangen naar lichamelijk contact, en melancholie die haar op haar verjaardag zo dicht bij hem had gebracht. Hij had niet zo snel weg moeten vluchten.
Ze zagen elkaar pas weer bij het ontbijt, toen ze hem zijn lunchpakket bracht. Zonder iets te zeggen. Maar, zoals nu bleek, met een Milka-reep. Alden keek nog eens naar de vakwerkhuizen, de burcht. Hij meende zelfs kanoënde toeristen te zien die over de rivier schoven. Aan het einde van het panorama, bij de tafelrand, verdwenen ze, om weer naar het begin getransporteerd te worden waar hun tocht weer begon. Steeds weer dezelfde kanoënde figuurtjes.